Een boek schrijven: waarom het er maar niet van komt (en hoe je wél aan de slag gaat)

Je weet dat je het wil: een boek schrijven. Maar het komt er maar niet van. Wat houdt jou en zoveel potentiële schrijvers tegen? Een boek schrijven kost tijd, veel tijd. En het is eng, want je zet je ziel en zaligheid zwart op wit. Hoe zet je deze belemmeringen opzij?



Kritiek van buitenaf

We zijn vaak bang voor de kritiek van anderen op ons boek. Wat je geschreven hebt, staat zwart op wit – je kunt eraan ‘gehouden’ worden. En daarbij komen allerlei twijfels bovendrijven: ‘Het is niet nieuw wat ik vertel, ‘mag’ ik wel zomaar van alles van andere bronnen overnemen?’


Ja, je mag allerlei ingrediënten gebruiken, zolang je daar maar je eigen mix van maakt en je eigen cake van bakt. En aangeeft welke ingrediënten je hebt gebruikt, waar ze vandaan komen en wie ze heeft bedacht. Een lijstje bijhouden van de bronnen die je gebruikt is dus heel handig!


Nog voordat we bang zijn voor de kritiek van anderen, hebben we eerst bakkenvol kritiek op onszelf. Je innerlijke criticus, dat stemmetje vanbinnen, blijft maar roepen: ‘Maar wat zullen anderen daarvan vinden? Je zult worden afgemaakt! Wie ben jij om hier een boek over te schrijven?’


Zelfkritiek

Dat stemmetje vanbinnen roept veel harder dan elke mogelijke stem van buitenaf. Waarom? Andere mensen zijn helemaal niet zo bezig met jou. Je innerlijke criticus focust zich echter maar op één ding: jou veilig houden. Hij wil je beschermen tegen de boze buitenwereld. Hij wil voorkomen dat je op je bek gaat dus houdt hij je tegen om vooral geen stappen te zetten. En als hij vermoedt dat je buiten je comfortzone komt, begint ie heel hard te roepen.