5 tips voor een ijzersterke inleiding

De inleiding is een van de belangrijkste én lastigste teksten van je boek. Veel mensen denken daarom dat je de inleiding als laatst moet schrijven, als je precies weet waar je boek over gaat. Ten onrechte. Want de inleiding geeft niet alleen de lezer houvast, maar ook jou als schrijver. In dit blog deel ik 5 tips én een oefening om een ijzersterke inleiding te schrijven.



1. Begin persoonlijk

Zie de inleiding als een eerste kennismaking met het boek en met jou als auteur. Wat was voor jou de aanleiding om te dit boek te schrijven?


2. Voeg een leeswijzer toe

Hiermee weet de lezer wat hij in welk hoofdstuk kan verwachten. Dit voelt misschien wat schools, maar duidelijkheid over de structuur geeft de lezer rust en houvast.


3. Verwerk je missie in je inleiding

Hoe je dat doet, lees je in dit blog.


4. Durf te schrappen

Kort en krachtig vertellen waar je boek over gaat is lastig. Veel schrijvers moeten eerst even opstarten en gebruiken dan platitudes zoals: Iedereen heeft het erover… Vandaag de dag… We hebben allemaal weleens… Of ze zoeken het woord op in het woordenboek en gaan zo de betekenis ontleden. Het is oké als je eerst even moet ‘warmschrijven’ maar durf daarna te schrappen zodat je inleiding aantrekkelijk en to the point wordt.


Schrijfoefening: waarover gaat je boek niet?

In de inleiding geef je aan waar je boek over gaat. Om het onderwerp af te kaderen, helpt het om heel duidelijk op papier te zetten waar je boek niet over gaat.

  • Voor wie is jouw boek niet bedoeld?

  • Welke periode, regio of welk perspectief behandelt jouw boek nadrukkelijk niet?

  • Op welke deelonderwerpen zal je niet nader ingaan en waarom niet?